CHAPTER 1: De Stalen Deur van de Velpse Bunker
Part 1
Nadat marinier Daan van de Berg zich een weg baande door een zwaarbeveiligde, illegale ondergrondse bunker in de bossen bij Velp om de gekidnapte kernfysicus prof. dr. Willem de Jager te bevrijden, sloeg de adem hem in de keel toen de zware stalen deur van de hoofdcel opging. Achter de monitor van het bewakingssysteem zat niet een huurling of terrorist, maar zijn eigen vrouw Sophie — de vrouw wier uitvaart hij vijf jaar geleden in Amsterdam met een gebroken hart had bijgewoond.
De koude lucht uit de ventilatieschachten blies door de gangen van de ondergrondse installatie.
Daan bleef stokstijf staan in de deuropening met zijn dienstwapen nog in de aanslag.
Het licht in de controlekamer flakkerde zwakjes door een haperende generator.
Achter de brede metalen tafel draaide de bureaustoel langzaam naar voren.
Een slanke hand schoof het blauwe beeldscherm opzij.
Het gezicht dat tevoorschijn kwam, droeg exact dezelfde sproeten op de neusrug en datzelfde koude, intense blikveld als op die fatale dag in Amsterdam.
“Je bent laat, Daan,” zei ze met een kalme, bijna mechanische stem.
“Sophie…” fluisterde hij, terwijl zijn vingers verkrampten om de grip van zijn vuurwapen.
De jaren van rouw, de slapeloze nachten en het lege graf op de Noorderbegraafplaats gleden in een fractie van een seconde door zijn hoofd.
“Het spijt me dat ik je door al deze moeite heb moeten laten gaan,” zei Sophie terwijl ze opstond uit de stoel.
Ze droeg een donkere tactische broek en een strakke zwarte coltrui.
Er was geen sprake van angst of verrassing op haar gelaat, enkel een ijskoude berekening.
Daan deed een stap naar voren over de betonnen vloer.
“Wat, in godsnaam, ben je aan het doen?” riep hij uit.
“Dit is niet jouw wereld meer, Daan,” antwoordde ze koel, zonder een spier te vertrekken.
Ze draaide zich plotseling om naar het hoofdpaneel aan de muur.
Haar vingers vlogen over het verlichte toetsenbord van de centrale computer.
Een luide zoemer galmde door de betonnen gangen van de bunker.
Rode noodlampen sprongen met een scherpe flits aan langs het plafond.
“Nee!” schreeuwde Daan toen hij besefte wat er gebeurde.
Hij stormde naar voren om haar tegen te houden, maar te laat.
Sophie drukte met volle kracht op de grote, ronde rode alarmknop in het midden van het console.
Met een daverende klap vielen alle zware stalen veiligheidsdeuren rondom hen dicht.
Het geluid van rinkelende hydraulische sloten echode door de smalle gangen.
Daan greep naar het stalen deurkozijn, maar zijn vingers sloegen mis op het massieve metaal.
Hij keerde zich om naar de console, maar de stoel was al leeg.
Sophie stond aan de andere kant van het dikke pantserglas in de beveiligde observatieruimte.
Ze keek hem strak aan en drukte op de definitieve vergrendelingstoets.
Het laatste wat hij hoorde voor het dikke glas elk geluid dempte, was het zoemen van een geactiveerd aftelsysteem.
Wat er daarna gebeurde, staat in de eerste reactie, want toen barstte de hel pas echt los.
Part 2
Het ventilatiesysteem aan het plafond begon hoorbaar trager te loeien.
De koele luchtstroom zwakte af en de zuurstof in de afgesloten ruimte werd met de minuut schaarser.
Daan sloeg met de kolf van zijn wapen tegen het kogelvrije pantserglas.
Het materiaal gaf geen centimeter mee onder de zware impact.
Op dat moment lichtte het kleine scherm van zijn tactische polskommunicator fel op.
De codenaam van Bram de Jong knipperde in oranje letters op het display.
Daan drukte op de aannameknop en bracht het apparaat naar zijn oor.
“Daan, hoor je mij?” kraste de stem van de hacker door de statische ruis.
“Ik zit vast,” brieste Daan terwijl hij naar Sophie keek die onverstoorbaar achter haar console bleef staan.
“Luister goed, ik ben door de firewalls van het NFI in Utrecht gebroken,” haperde Bram aan de andere lijn.
De ademhaling van de hacker klonk gejaagd op de achtergrond.
“Sophie’s overlijdensakte uit 2019… die is destijds volledig digitaal vervalst,” riep Bram door de verbinding.
Daan verstijfde midden in de kleine ruimte.
“Het lijk dat jullie toen in Amsterdam hebben begraven, was Sophie helemaal niet,” vervolgde Bram paniekerig.
Het besef sloeg in als een bom in Daan’s hoofd.
Het graf op de Noorderbegraafplaats was niets meer dan een zorgvuldig georkustreerd spook uit een geheime overheidsoperatie.
Aan de andere kant van het glas tilde Sophie langzaam een zwart pistool op van het tafelblad.
Ze richtte de loop recht op zijn borstkas door het dikke glas heen.
Haar lippen bewogen achter het pantserglas.
“Je bent te laat om de uraniumlevering nog tegen te houden, Daan,” klonk haar ijskoude stem opeens via de intercom luidspreker in de ruimte.
Hoofdstuk 2: Het Vervalste Graf op de Noorderbegraafplaats
De adem van Daan brandde in zijn longen terwijl hij de schep diep in de zwarte grond van de Noorderbegraafplaats in Amsterdam duwde.
Aan de andere kant van de open kuil tikte hacker Bram de Jong nerveus op zijn laptop, terwijl de koude regen langs zijn brilleglazen droop.
“Het NFI-dossier van Sophie’s auto-ongeluk in de Maas bij Rotterdam is een digitale fictie,” zei Bram met een trillende stem.
Daan wierp een klomp modder opzij en keek naar het kistje dat volgens de officiële papieren al vijf jaar begraven lag.
“Vertel me niet dat het graf leeg is,” bracht Daan uit.
Bram scrolde door versleutelde bestanden en hapte naar adem.
“Er heeft nooit een lijk gelegen; het DNA-profiel van het zogenaamde slachtoffer is handmatig gekopieerd uit een archief van anonieme drugsverslaafden.”
De stalen rand van de schep raakte het hout met een holle klap.
Inspecteur Floor van Dijk stapte uit de schaduw van een iepenboom aan de rand van het pad en gooide een dik manilla-envelop op de natte grond.
“Operation Boreas,” zei Floor kortaf, terwijl haar ogen de perimeter afscanden.
Daan liet de schep vallen en greep het dossier uit de envelop.
“Dit is een AIVD-operatie op het allerhoogste niveau,” las Daan hardop.
Floor staarde strak naar de open graflocatie.
“Je vrouw is nooit verdwenen door een depressie, Daan; ze is gereruteerd om te infiltreren in een nucleair syndikaat.”
De telefoon van Bram begon luid te zoemen in de stilte van de begraafplaats.
Bram staarde naar het scherm en trok wit weg.
“De locatie van het gestolen uranium is niet Velp, Daan,” riep Bram uit.
Daan liep met grote stappen naar de laptop toe.
“Waar dan?” vroeg hij scherp.
“Container 4059-B in de haven van Rotterdam, en het schip naar Sint-Petersburg vertrekt over precies twee uur.”
Hoofdstuk 3: De Schaduw van Operatie Boreas
De banden van de terreinwagen gierden over het asfalt van de N11 richting Gouda.
Plotseling schoten twee zware pantserwagens van de Koninklijke Marechaussee uit een zijweg en ramden Daans auto naar de berm.
De portieren vlogen open en zwaar bewapende militairen omringden het voertuig.
Luitenant-kolonel Marten de Boer stapte traag uit de voorste wagen met zijn hand op de holster van zijn dienstwapen.
Daan stapte uit met gebalde vuisten en keek zijn superieur recht in de ogen.
“Je bent van de koers afgeweken, majoor,” zei De Boer met een ijselijke kalmte.
Daan zette een stap voren en keerde zijn handpalmen om.
“Jij wist al vijf jaar dat Sophie leefde, Marten.”
De Boer vertrok geen spier in zijn verweerde gezicht.
“Het staatsbelang overstijgt jouw persoonlijke gevoelens, Daan.”
Uit de binnenzak van De Boers jas stak een uitdraai van een versleutelde bankoverschrijving.
Daan griste het papier uit de zak en zag bedragen van 1.500.000 euro op naam van De Boer.
“Je verkoopt ons land aan de hoogste bieder,” snauwde Daan.
De Boer trok bliksemsnel zijn vuurwapen en richtte de loop op Daans borst.
“Arresteer deze man wegens hoogverraad,” schreeuwde De Boer naar zijn ondergeschikten.
Op dat moment klonk het loeiende geluid van sirenes uit de verte.
Een colonne FIOD-bussen verscheen op de snelweg en blokkeerde elke uitweg.
Inspecteur Floor van Dijk sprong uit een van de voertuigen met een arrestatiebevel in haar hand.
“Luitenant-kolonel De Boer, u bent ingerekend op verdacht van corruptie en illegale nucleaire handel.”
Hoofdstuk 4: Het Bloementransport naar de Haven van Rotterdam
De gekoelde vrachtwagen met het opschrift ‘De Tulpenhof’ reed traag de oprit van de A4 op richting Rotterdam.
Daan en Floor hielden de vrachtwagen in de gaten vanuit een ongemarkeerde surveillance-auto.
“We slaan toe bij het volgende weegstation,” fluisterde Floor.
Daan trapte het gaspedaal in en sneed de vrachtwagen de pas af bij de afrit van Aalsmeer.
De vrachtwagenchauffeur remde hard en hing kermend over het stuur toen Daan het portier opentrok.
Daan trok de achterdeuren van de koelwagen open en ademde de ijskoude lucht in.
Tussen de stapels bloemendozen stonden zes zware, loden vaten met het officiële AIVD-keurmerk.
Floor liep naar achteren en opende het deksel van het eerste vat met een koevoet.
De blauwachtige gloed van verrijkt uranium verlichte hun gezichten in de donkere trailer.
“Dit is voor twaalf miljoen euro aan splijtstof,” zei Floor met ingehouden adem.
Een scherpe schotknal verscheurde de stilte van de vroege ochtend.
Floor greep naar haar schouder en zakte kreunend in elkaar tegen een loden vat.
Henk Vermeer stapte uit de schaduw van een betonnen geluidswal met een rookend geweer in zijn hand.
“Je komt twee stappen te laat, van de Berg,” lachte Vermeer grimmig.
Vermeer sprong in de cabine van de vrachtwagen en trok met een ruk het portier dicht.
De motor loeide op toen de vrachtwagen wegschoot in de richting van de Euromast.
Hoofdstuk 5: Vuur en Verval op de Afsluitdijk
De wind beukte met orkaankracht tegen de flanken van de auto’s op de Afsluitdijk.
Schuimkoppen sloegen over de betonnen rand terwijl Daan de vrachtwagen van Vermeer bleef achtervolgen.
Daan stuurde zijn wagen langzij en ramde de zijkant van de vrachtwagen tot die vast kwam te zitten tegen de vangrail.
Vermeer stapte uit de cabine met een wapen in zijn hand en het water liep langs zijn gezicht.
“Je redt Sophie niet meer,” schreeuwde Vermeer boven de storm uit.
Daan sprong uit zijn auto en liet Vermeer geen tijd om te richten.
Met een gerichte trap sloeg Daan het wapen uit Vermeers handen het IJsselmeer in.
Vermeer lachte hysterisch terwijl het bloed langs zijn kin liep.
“Sophie is al onderweg naar het echte hoofdkwartier onder het Rijksmuseum!”
Een zware helikopter daalde met een duizelingwekkende snelheid af uit de grijze wolken boven de dijk.
De deur van de helikopter schoof open en twee mannen in zwarte gevechtskleding hieven hun wapens.
Geen AIVD-agenten, maar huurlingen van het syndikaat.
Twee snelle schoten braken door de storm en Vermeer zakte ztille neer op het asfalt.
De helikopter hing dreigend boven Daan terwijl de rotoren water en zout over het wegdek bliezen.
Hoofdstuk 6: De Gijzeling Onder het Rijksmuseum
Daan kroop door de natte, roestige rioleringsbuizen van de Singelgracht naar binnen.
De oude Koude Oorlog-bunker onder het Rijksmuseum rook naar muf beton en ozon.
In de centrale controlekamer stond prof. De Jager ineengezonken bij een zoemende reactorconsole.
Sophie stond in het midden van de ruimte, met haar polsen geketend aan een actieve plutonium-reactor.
“Je had nooit moeten komen, Daan,” zei Sophie met een trillende stem.
Daan liep naar de ketenen toe en probeerde het staal los te wrikken.
“Ik haal je hier weg, Sop,” riep hij uit.
Sophie schudde heftig haar hoofd en keek hem aan met waterige ogen.
“Ik ben al vijf jaar een gevangene van het syndikaat, Daan.”
Daan stopte met trekken en keek naar de koude blik in haar ogen.
“Wat bedoel je?” vroeg hij gespannen.
Sophie slikte moeizaam en wees naar een beveiligde laptop op de tafel.
“Ze hielden onze dochter Emma van zeven gevangen in een chalet in Grindelwald.”
De tranen braken door Sophie’s pantser heen.
“Ik moest de bazin spelen om haar in leven te houden.”
Hoofdstuk 7: Het Einde van het Spook uit het Verleden
De digitale ontstekingsklok op de reactor telde onverbiddelijk af naar nul.
Nog drie minuten.
Daan sloeg met de kolf van zijn pistool het glazen bedieningspaneel aan gort.
Bram stuurde via de versleutelde verbinding de overkoepelende decodering naar Daans boordcomputer.
Daan rukde de klep open en spoot de vloeibare stikstof uit de noodfles in de reactorkern.
De zoemende toon van de reactor zakte weg in een sissende wolk van witte stoom.
De zware stalen buitendeur van de bunker werd met explosieven opengeblazen.
Luitenant-kolonel De Boer stormde de ruimte binnen met een geweer in zijn aanslag.
“Alles is vernietigd!” riep De Boer uit.
Een arrestatieteam van de ware AIVD-leiding onder leiding van Floor van Dijk omsingelde De Boer direct.
Floor legde haar hand op De Boers arm en klikte de boeien dicht.
“Je spel is uit, Marten.”
De FIOD bevestigde dat de Zwitserse banktegoeden ter waarde van 15.000.000 euro definitief waren bevroren.
Buiten op het Museumplein liepen Daan en Sophie elkaar tegemoet in het stralende ochtendlicht.
Een zwarte auto stopte bij het plein en een klein meisje sprong uit het portier in Daans open armen.
Leave a Reply