CHAPTER 1: De Dode Man Die Alles Naliet
Part 1
Huurmoordenaar Daan de Jong trad de luxe hotelkamer aan de Amsterdamse Herengracht binnen met de vaste intentie om zijn doelwit uit te schakelen, maar trof de man al dood aan in zijn fauteuil, met een glas waarin nog een restje blauwzuur zat.
De deur van de suite op de derde verdieping stond op een kier.
Daan schoof naar binnen met de soepele, geruisloze tred van een man die wist hoe hij onopgemerkt moest blijven.
In zijn rechterhand hield hij een Walther PPK met een zwarte demper erop geschroefd.
Het contract was glashelder en de beloning was niet mis.
Honderdvijftigduizend euro in contanten, voor één enkel schot in het hart van de notoire zakenman Maarten van Houten.
De dikke Perzische tapijten dempten elk geluid van zijn schoenzolen.
Een zwakke geur van dure cologne en bittere amandelen hing in de lucht van de vertrekken.
Daan keek om de hoek van de mahoniehouten scheidingswand naar de salon.
Maarten van Houten zat achterovergezakt in een diepe, leren fauteuil.
Zijn ogen stonden wijd open en staarden levenloos naar het gestucte plafond.
Naast hem stond een zware mahoniehouten tafel met daarop een open fles dure Bordeaux en een kristallen glas.
Op de bodem van dat glas glansde een dun, blauwachtig laagje vloeistof.
Daan liet zijn pistool langzaam zakken naar zijn dijbeen.
Hij liep behoedzaam naar de stoel en stak zijn hand uit om de pols van de man te voelen.
Er was geen enkele polsslag meer te bekennen.
De huid voelde koud en stijf aan.
Maarten was al minstens een uur geleden overleden.
Op het kleine bijzettafeltje lag een dik vel handgeschreven papier met sierlijke inktletters.
Daan schoof het papier naar zich toe met de punt van zijn loop.
Bovenaan stond zijn eigen volledige naam geschreven.
“Aan Daan de Jong, de enige erfgenaam van mijn volledige imperium.”
Daan las de regels sneller door terwijl zijn wenkbrauwen samentrokken.
Het document bleek een officieel, door een notaris afgestempeld testament te zijn.
Een vermogen van twaalf miljoen vijfhonderdduizend euro werd daarin aan hem overgedragen.
Het bedrag sloeg een koude rilling door zijn maag.
Een zacht gekraak klonk vanuit de gang buiten de zware hoteldeur.
Daan verstijfde onmiddellijk en hield zijn adem in.
Iemand schoof een sleutel in het slot aan de buitenzijde.
De deurkruk werd langzaam en behoedzaam naar beneden gedrukt.
Wat er daarna gebeurde staat in de eerste reactie, want dat is waar de nachtmerrie pas echt begon.
Part 2
Daan sprong met een bliksemsnelle beweging achter het zware fluwelen gordijn van de erker.
Op dat exacte moment zwaaide de deur van de hotelkamer geruisloos open.
Een elegant geklede vrouw in een mantelpakje stapte resoluut de suite binnen.
Haar blik gleed direct naar de levenloze gestalte van Maarten in de fauteuil.
Geen enkel geluid van ontsteltenis kwam over haar lippen.
Ze trok geen bleek gezicht en begon niet te gillen.
In plaats daarvan greep ze onmiddellijk haar smartphone uit haar handtas.
Haar vinger tikt twee keer op het scherm om een verbinding te leggen.
“Het is gelukt,” fluisterde ze met een ijskoude stem door de microfoon.
“De huurmoordenaar is er volledig ingetrapt.”
Een koude rilling trok over de rug van Daan terwijl hij door een kier van het gordijn keek.
De puzzelstukjes vielen pijnlijk snel op hun plek in zijn hoofd.
Dit was nooit een normale opdracht geweest.
Hij was vanaf het allereerste begin gebruikt als willoze pion in een koudbloedig moordcomplot.
Voordat hij ook maar een stap naar voren kon zetten om haar vast te grijpen, draaide de vrouw zich om.
Met snelle passen verliet ze de hotelkamer en sloeg de deur achter zich dicht.
Aan het uiteinde van de gang klonk het geluid van weglopende hakken.
Daan schoof het gordijn opzij en stapte weer tevoorschijn in de salon.
Zijn oog viel op het dressoir tegenover de ingang.
Daar stond een klein, zwart kastje dat fel rood knipperde.
Het was een digitale beveiligingscamera die exact op de stoel en op zijn eigen gezicht was gericht.
Hoofdstuk 2: Het Testament Dat Een Valstrik Bleek Te Zijn
Daan stormde de werkplaats in de Rotterdamse haven binnen.
Jasper Brink stond achter de werkbank te rommelen met losse printplaten.
“Waar ben je in godsnaam mee bezig, Daan?” riep Jasper uit terwijl hij zijn gereedschap liet vallen.
Daan smeet de akte van het notariskantoor op de metalen tafel.
“Controleer dit document onmiddellijk op echtheid, Jasper,” snauwde Daan.
Jasper tikte met zijn vingers op het toetsenbord en tuurde naar het blauwe scherm.
“Dit is helemaal niet opgesteld door een erkende notaris in de Amsterdamse grachtengordel,” mompelde Jasper.
De adem stokte in Daan zijn borst terwijl de realiteit binnenkwam.
“Het komt van een corrupte kantoorgenoot die diep in de Utrechtse onderwereld werkt,” zei Jasper met trillende vingers.
Klokken sloegen in de verte toen de zware loodsdeur opeens met een harde klap opensprong.
Zwaarbewapende agenten van de Amsterdamse politie stormden de ruimte binnen onder leiding van commissaris De Boer.
“Handen in de nek, geen beweging!” schreeuwde De Boer door haar megafoon.
Daan sprong in een reflex door het achterste raam de koude regen in.
Glasscherven sneden door zijn jas terwijl hij zich liet vallen op het natte asfalt.
Zijn zwarte leren jas bleef haken aan het kozijn en bleef achter op de plaats delict.
In de binnenzak van die jas bevond zich de hotelsleutel van de Herengracht.
Het journaal op televisie bracht het nieuws nog geen uur later met knipperende blauwe lichten op de achtergrond.
Hoofdstuk 3: De Schaduw Uit Het Verleden Van Haarlem
Daan verschanst zich in een donker, verlaten pakhuis in de Amsterdamse Houthavens.
De watergolven sloegen eentonig tegen de houten funderingspalen onder zijn voeten.
Hij stak een oude zaklantaarn aan en schoof een kleine USB-stick in zijn laptop.
Een videobestand startte automatisch op het kraakheldere scherm.
Maarten van Houten verscheen in beeld, pratend met een onbekende figuur over een schuld van 4.500.000 euro in het illegale gokmilieu.
“Je vaders naam leeft voort in deze cijfers, Daan,” fluisterde de stem van Maarten door de luidsprekers.
Een rilling liep over Daan zijn rug toen hij de verborgen banden uit het Haarlemse verleden van zijn vader ontdekte.
Het licht in het pakhuis flakkerde plotseling twee keer en viel toen volledig weg.
Zware laarzen kraakten over de houten vloerdelen in de hoek van de ruimte.
Een scherpe lichtbundel sneed door de duisternis en verblindde zijn ogen.
“Einde oefening, Daan,” klonk de vastberaden stem van commissaris De Boer vlak achter zijn schouder.
Hoofdstuk 4: Miljoenen Op Naam Van Een Dode
De tl-buizen in de kantoorruimte van het hoofdbureau aan de Elandsstraat zoemden onophoudelijk.
Commissaris De Boer schoof een officieel autopsierapport over het metalen bureau.
“Je wordt niet verdacht van moord, Daan, want Maarten was al dood toen jij die kamer betrad,” zei De Boer koeltjes.
Daan keek naar de datum op het document dat twee dagen voor de inbraak lag.
“Maarten van Houten was al uren voor die hotelinbraak officieel overleden aan een trage vergifiging,” vervolgde De Boer.
De puzzelstukjes vielen pijnlijk in elkaar in Daan zijn hoofd.
Sophie had het lijk eigenhandig verplaatst om hem de volledige schuld in de schoenen te schuiven.
De deur van de gang vloog open en er klonk gestommel in de ontvangstruimte.
Advocaat Mr. Rutger Kolf greep naar zijn keel en zakte in elkaar bij de koffieautomaat.
Schuim verscheen op zijn lippen terwijl agenten paniekerig probeerden te reanimeren.
Hoofdstuk 5: De Nachtelijke Ontmoeting In Het Conservatorium Hotel
Een bevriende havenarbeider smokkelde Daan aan de kant van IJmuiden op een viskotter naar de hoofdstad.
Daan betrad verkleed als roomservice-medewerker de suite van het Conservatorium Hotel.
De zware gordijnen waren gesloten en de kamer rook naar dure rode wijn.
Eva Vermeulen stond bij het raam te wachten met een klein lederen boekje in haar handen.
“Dit is wat je zoekt, Daan,” zei Eva met een gebroken stem.
Ze legde het dagboek van Maarten van Houten op de glazen salontafel.
De handgeschreven pagina’s beschreven tot in detail hoe Sophie al maanden bezig was om de familieholding leeg te roven.
“Hij wist dat ze hem zou vermoorden en gebruikte jou als lokaas,” fluisterde Eva terwijl ze een traan wegveegde.
Het dagboek bevond zich nu in zijn binnenzak, klaar om als bewijs te dienen.
Hoofdstuk 6: De Grote Afrekening In Het Pulitzer Hotel
De grote balzaal van het Pulitzer Hotel was tot de nok toe gevuld met bezorgde aandeelhouders.
Daan en commissaris De Boer liepen vastberaden door de dubbele deuren naar voren.
Sophie van Houten stond op uit haar fluwelen stoel en gilde het uit van woede.
“Dit is illegale intimidatie, ze arresteren de verkeerde persoon!” schreeuwde Sophie door de microfoon.
De achterste deuren van de zaal zwaaide met een zachte klap open.
Maarten van Houten stapte eigenhandig de ruimte binnen, springlevend en strak in het pak.
Sophie sloeg lijkbleek uit en stommelde achteruit tegen de wand aan.
Agenten van de FIOD flitsten door de zaal en klikten de boeien om haar polsen.
Daan trok het valse testament uit zijn zak en verscheurde de papieren voor haar ogen in kleine stukjes.
Hij liet het corrupte imperium achter zich en stapte in de trein naar Friesland voor een nieuw begin.
Leave a Reply